20 km door Brussel 2006 : wedstrijdverslag

De voorbereiding is achter de rug, de dag van de wedstrijd is aangebroken. Zondag 28 mei 2006. Het belooft een mooie dag te worden, want vandaag heeft de regen uitzonderlijk plaats gemaakt voor de zon.

Rond 15 uur begeef ik me naar de startblokken. De Bolero weergalmt nog tussen de bogen van het Jubelpark. Een brabançonne-ervaring later, springen mijn trommelvliezen bijna van het als kanonsalvo vermomde startschot. Een snelle start is het allerminst. Eerst 5 minuten aanschuiven vooraleer ik onder de triomfbogen kan passeren en dan nog eens een paar minuten aanschuiven alvorens ik het Jubelpark kan verlaten (over de tijdsregistratie-matten heen).

De massa lopers is overweldigend. Vermits ik zo goed als achteraan de groep van 25000 lopers ben gestart, kan ik enkel en alleen lopers rondom me zien. Het eerste stuk loopt tot aan Schuman. De blik op de Wetstraat is indrukwekkend, ipv de dagelijkse drukte van wagens, is de hele baan gevuld met lopers. Ik manoevreer me op de stoep en loop een obstakelparcours tot aan het Paleizenplein. Ik bedenk me dat, als je niet van massa’s houdt, je hier eigenlijk niets te zoeken hebt. Dus, wat doe ik hier eigenlijk? De drukte is even minder als we over de kasseien voor het Paleis lopen, maar al even gauw worden we via de Regentschapsstraat richting Louisalaan gestuwd. De eerst bevoorrading is een unieke ervaring. Duizenden lopers die evenveel kleine Spa-flesjes proberen te bemachtigen, er enkele slokken van nemen en het flesje opnieuw weggooien. Even schrik ik, als er iemand een gevuld flesje richting stoep gooit en deze naast een wandelaar/toeschouwer op de muur knalt. De man voelt zich aangevallen en is terecht woedend.

Ik voel dan al dat het een zware tocht word. De 2 uren voor de wedstrijd heb ik eigenlijk al veel energie verspild, vermits ik niet warm genoeg gekleed was. De rillingen die ik al na 5 km voel, wijzen op een suikertekort en ik heb niets bij om het aan te vullen. Het bewijs hiervan is de hoge hartslag. Maar ik ga door, ik zie wel waar ik uitkom. Het tempo ligt nog steeds hoog en ik haal nog steeds lopers bij. Ook in de tunnels van de Louisalaan, moet ik om de medelopers heen lopen. Sommigen hebben hier al duidelijk last met de steile helling aan het einde van de tunnels. Plots hoor ik een kind schreeuwen. Samen met andere verbaasde lopers, zie ik een man al lopend een jogging-kinderwagen voortduwen, met daarin een schreeuwende peuter. Het startnummer hangt aan de zijkant van de sportieve kinderwagen. De lopers maken automatisch plaats. Later zie ik nog een andere man en ook een vrouw, telkens op dezelfde manier in de massa lopen, alsook 2 teams van lopers die een persoon in een rolstoel voortduwen. Ik vraag me af hoeveel mensen ze samen letterlijk op de hielen hebben gereden.

Ondertussen zijn we in het Terkamerenbos. Onder het bladerdak lopen we aangenaam beschut van de zon. Nog steeds rillingen en de hartslag blijft hoog. Op het 10 km punt zijn er reeds 53 minuten voorbij. Reken daar nog eens de 10 minuten vertraging aan de start bij, en weet dan dat de wedstrijd reeds meer dan een uur bezig is. Rik Ceulemans – de winnaar van de 20 km door Brussel – passseert rond deze tijd de aankomstmeet. In een scherpe bocht struikelt voor mij een vrouw, maar ze krabbelt snel weer recht.

Ik ben een beetje ongerust over de hoge hartslag en het suikertekort en besluit om het wat rustiger aan te doen. Ik laat mijn tempo zakken naar 10 km/uur (ipv + 11 km/uur), want het tweede deel van de wedstrijd is eigenlijk een pak zwaarder dan het eerste. Als we het bos uitkomen wacht ons al meteen een nieuwe helling op de Vorstlaan. De straten zijn minder breed, maar gelukkig staan er even wat minder mensen op de stoep. Ik ken deze baan nog, besef meteen dat het nog een lange weg is naar de Tervurenlaan en loop mee met de massa. Op dat moment is het aantal lopers die ik inhaal even groot als het aantal lopers die me voorbij steken.

De baan wordt stilaan smaller en de massa schuift weer iets dichter op elkaar. Ik kan niet langer de energie opbrengen om nog plaatsen vooruit te schuiven en laat het tempo verder zakken. Vermits ik uiterst rechts loop, mis ik de kans om de Gatorade sportdrank te nemen, die ik eigenlijk wel heel goed kan gebruiken. Het asfalt is op die plaats helemaal doordrongen van de plakkerige drank. Reeds eerder op deze baan, trok ik me op aan het ritmische geluid van de drums, die opgesteld staan langs het parcours. Ook hier weer staan ze samen met een hele hoop toeschouwers alle lopers aan te moedigen. Een geweldig initiatief. De laatste 5 kilometers zijn in zicht. Ik kijk hier naar uit, omdat ik weet dat een paar kilometer voor het einde mijn supporters staan. De voorbije kilometers waren zwaar, het tempo is gezakt naar 9 – 9,5 km/uur, maar de hartslag daalt spijtig genoeg niet spectaculair mee.

Rond kilometer 17 draaien we de Tervurenlaan op, aan de voet van de beklimming van de laatste helling van het parcours. Ik ben zenuwachtig, want ik wil mijn supporterend meisje niet missen, en blijf uiterst rechts tegen de hoop toeschouwers aan lopen. Even verder zie ik haar zitten, een eindje voor een groep trommelaars, voor het steile stuk van de helling. Ze kijkt gespannen en verbaasd naar de massa lopers en naar mij. Ze is op zoek naar mij en onze ogen vinden elkaar als ik haar roep. Ik lach naar haar, en ben blij dat ik haar heb gezien.

Ik schakel een versnelling hoger om het eerdere tijdverlies te compenseren. Velen hebben het moeilijk. Ik richt mijn blik op het monument bovenaan de helling. Het tempo ligt nu opnieuw boven 10 km/uur. Ik kijk snel naar mijn hartslag, die opnieuw zijn bovengrens is gaan opzoeken. Eens boven aangekomen krijg ik de bogen van het Jubelpark in het zicht. Ik hou hetzelfde tempo aan en moet opnieuw slalommen tussen de vele mensen die zich naar de eindmeet lijken te slepen.

Ik ben verbaasd als ik plots langs de kant van de weg een bord met 20 km zie. Achteraf blijkt dit wel degelijk de 20-ste kilometer van het parcours te zijn, gemeten vanaf de start onder de triomfbogen. Maar de tijdsregistratie-matten lagen bij de uitgang van het Jubelpark zo’n 600 meter verder, dus officieel is er nog even te gaan. Zo’n 200 meter voor de eindmeet, trek ik nog een sprintje, in de hoop nog onder de 2 uur uit te komen. Ondertussen merk ik aan de andere kant van de weg de mensen van het Rode Kruis op, die druk bezig lijken. Even later passeer ik de rode matten van de finish. Blij dat het achter de rug is. Ik heb wat moeite met mijn evenwicht op de kasseien en de hartslag wil niet meteen zakken. Een paar minuten aanschuiven en dan ben ik verlost van de championchip aan mijn schoen en krijg ik een medaille. Ik drink nog wat water en probeer zo weinig mogelijk stil te staan. Spijtig dat er aan de aankomst geen Isotone drank te verkrijgen is. Ik krijg het opnieuw wat kou en zoek snel de zon op.

Rustig stap ik langs het wedstrijdparcours de laatste helling opnieuw naar beneden. Op de terugweg zie ik nog een heleboel lopers zich naar de eindmeet begeven, iets verder steeds meer wandelaars (ex-lopers), de meesten hebben het moeilijk.

De wedstrijd is nog maar pas voorbij en ik denk al aan een volgende uitdaging.


%d bloggers op de volgende wijze: